Een roep voor avontuur

Ongeveer een halfjaar geleden vroeg een collega of ik mee zou gaan naar Tanzania voor een uitwisselingservaring. Als betrokken docent in de module waarvoor deze uitwisseling aangevraagd was, zou ik een mooie bijdrage kunnen leveren aan deze uitwisseling, vond zij. Ik twijfelde want... kon ik nou wel een hele week weg van huis? Zou mijn man dat wel overleven (zo overdreven ben ik altijd)? Misschien moest ik die ervaring wel aan me voorbij laten gaan. Mijn collega drong vriendelijk aan, zij zag wel de meerwaarde van mij in die reis en, kom op! Je man is echt sterker dan je denkt, zei ze.

Wat maakte dat ik me over al mijn twijfels en angsten heen zetten was het feit dat ik een dergelijke kans wellicht nooit meer zou krijgen. Met een halfjaar de tijd om het te laten bezinken, heeft mijn man ook ingestemd met deze wereldreis.

Zaterdag 9 april was het zover, ik moet het vliegtuig nemen naar Kigoma. En wat een ervaring was het! Als mensen me vragen: hoe was het in Tanzania? Dan is mijn eenvoudige antwoord: prachtig, wat een mooie mensen zijn dat! En dat klopt. Zo eenvoudig is en was het. Ik heb vooral mogen ervaren hoe mensen lief kunnen zijn voor anderen, en voor elkaar. Wat mij enorm opviel is hoe mensen elkaar ook daadwerkelijk aanraken. Ik heb mezelf altijd als een fysiekgericht mens beschouwd... Een andere aanraken is onderdeel van wie ik ben, is hoe ik tederheid en liefde, liefkozigheid en ook zelfs respect betuig. Soms gaat dat bij mij zo vanzelfsprekend, dat het mijn hoofd niet kruist dat de andere persoon zich hierdoor ongemakkelijk kan voelen.

Wat mij heeft doen verwonderen

Daar werd ik dus verrast door de vrijheid waarmee men elkaar en zelfs vreemden aanraakt. Niet onrespectvol, maar juist als een vorm van gastvrijheid en uitnodiging tot de cultuur. Ik heb voelde me in een warm badje.

Als Colombiaans ging ik automatisch vergelijken. Oh, dat gaat zo ook in Colombia, oh de smaken van het eten zijn vergelijkbaar met die van Colombia, oh maar in Colombia doen we het ook zo of zus. Maar die vergelijking bracht me ook deels besef van een groot verdriet: in Colombia voel ik me vaak niet vrij om van mijn land en mijn mensen te genieten zoals ik dat in Tanzania kon doen. Ik heb ontdekt dat het feit dat ik uit Colombia kom, dat mijn familie daar nog woonachtig is, dat ik grote angsten heb gekend in het prachtige land dat Colombia is, mij beperken in hoe in naar mijn eigen land kijk. Als kennissen of vrienden in mijn omgeving in Colombia hebben rondgereisd en terugkeren, zijn ze lovend over de mensen en onze cultuur. Maar blijkbaar kan ik niet op deze zelfde manier kijken.

En nu komt de andere kant: ondanks dat ik al langer dan 20 jaar in Nederland woon, kan ik me nog altijd verwonderen over wat dit land te bieden heeft. Ik kan de orde en rust waarderen, het platte landschap dat een ander perspectief van de wereld biedt. Ik kan enorm waarderen dat mijn kinderen kunnen opgroeien met het gevoel van veiligheid, dat ze nog wel lekker op straat kunnen spelen zonder de gevaren waar ik mee opgegroeid ben... Ik wijk een beetje af van mijn boodschap: wat ik wil zeggen is, zou het voor Nederlanders ook zo zijn dat je niet meer de schoonheid van je land kan zien omdat je erin opgegroeid bent? En werkt dat misschien ook zo binnen je gezin? Je familie? Dat we ons niet meer kunnen verwonderen over de schoonheid die in ieder van ons schuilt, als je 'te goed' (voor zover het kan) iemand kent?


Reflectie... dat hoort erbij

Maar de uitwisseling was bedoeld om te leren als persoon en professional. Ik heb werkelijk hele mooie (zowel fysiek als innerlijk) mensen mogen leren kennen. Met een paar heb ik nauw samengewerkt in die paar dagen dat we daar waren. Ik mocht hun lessen bijwonen en mocht zelf tijdens een van hun lessen een workshop geven. Deze uitwisseling heeft me twee groeipunten gebracht:

  1. Als docent mag ik vaker stilstaan bij de betekenis van woorden die ik in de les gebruik. Ervan uitgaan dat mijn publiek altijd begrijpt wat ik aan het zeggen ben, is een complete ilusie.
  2. Less is more. Ja, zo simpel, less is more. Ik wil altijd te veel in korte tijd. Tijdens een les, een workshop, maar ook thuis. Ik wil efficiënt zijn en zoveel mogelijk doen in zo min mogelijke tijd. En dan vergeet ik even van het proces te genieten.

Wellicht een derde 'iets' wat ik geleerd heb in deze ervaring is dat ik blijkbaar vaak wel weet wat ik wil en hoe ik het wil. En blijkbaar (ik zeg blijkbaar want zo had ik er zelf nooit naar gekeken) kan ik dus staan voor wat ik wil en waa

r ik in geloof. Dit is een feedbackpunt van een van de collega's die meeging naar Tanzania. Zij vond me assertief en dat ik duidelijk maakte wat ik wilde doen en hoe ik het wilde doen.

Les voor de student... en voor de zorgprofessional

De verrassing van die week was voor mij dat ik een workshop van een klein uurtje (na de nacht-dagdienst overdracht) mocht geven aan zorgprofessionals van het ziekenhuis. Artsen, verpleegkundigen, verzorgende en zelfs de tandarts waren erbij! Ik heb met ze gedeeld wat het belang is van zelfzorg, wat zelfcompassie betekent en waarom het belangrijk is om deze twee in praktijk te brengen. Praktijken die we allemaal belangrijk achten, maar die niet zo makkelijk zijn om toe te pa

ssen, ongeacht wat je situatie is.

Klein boodschap uit die sessie: soms is het uitspreken van vertrouwen al een vorm van zelfzorg. Oh en... waar je dan ook ter wereld werkt (in de zorg), is ademhalen (maar echt even diep ademhalen) een manier om weer even op te laden.