We dragen ze allemaal met ons mee: littekens. Soms zijn ze letterlijk zichtbaar op de huid, vaker zijn ze onzichtbaar en zitten ze in ons hoofd of ons hart. Als zorgverleners en als moeders zijn we meesters in het overeind houden van anderen. We rennen, vliegen, plannen en zorgen. Maar wat gebeurt er als we zelf vallen? En hoe kijken we terug op de schaafwonden van het leven?

Mijn eigen littekens zitten op mijn knieën, ellebogen, schouders... noem maar op. En elke keer als ik ernaar kijk, moet ik denken aan de weg die ik heb afgelegd naar veerkracht en zelfcompassie (een weg die nog niet is opgehouden)

Twee gebroken sleutelbenen en een droom in de kast

Als kind was ik intensief op de skeelerbaan van Cali, Colombia te vinden. Snelheid, de wind in je gezicht, de vrijheid... de spanning tijdens de wedstrijden (want winnen wilde ik altijd, al lukte het vaak niet). Vroeger leerde ik skeeleren met een helm, maar zonder knie-, pols- of elleboogbeschermers. Het resultaat? Talloze valpartijen en uiteindelijk twee gebroken sleutelbenen. De laatste val tijdens wat een van mijn laatste trainingen in Cali zou zijn, brak ik mijn rechter elleboog. Mijn linker had ik zo'n drie jaar daarvoor ook gebroken en had me een jaar revalidatietijd gekost. Mijn moeder droeg toen alleen de verantwoordelijkheid voor ons, want mijn vader was destijd gevlucht naar Ecuador. Zij vond het mooi geweest, ik moest die skeelers maar de kast in duwen, en iets anders gaan doen wat mijn lichaam iets minder verminkte. Dat werd zwemmen.

Hoewel ik met plezier ging zwemmen, bleef het skeeleren trekken. De sport zat in mijn systeem. De skeelers zijn altijd overal mee naartoe gegaan, naar Ecuador en later dus naar Nederland. Tot voor kort had ik nog steeds dezelfde skeelerschoenen waar ik voor het laatste mee gevallen was.

Ik zou liggen als ik zeg dat ik niet bij mijn allereerste kind meteen geprobeerd heb om die op skeeleren te zetten. Helaas was zijn bouw en karakter toch iets passender bij een andere sport, en na een clinic heeft hij er meteen van afgezien. Verbaasd was ik toen mijn dochter voor het eerst skeelers aandeed en vloog alsof zij had leren lopen op skeelers. Jaaa... deze moest zeker op skeeleren: Hoe blij was ik!

Inmiddels zit zij op schaatsen en skeeleren. Ook op schaatsen vloog ze de eerste keer dat ze ze aantrok, hoe heerlijk, wat een geboren talent. En mama? Super blij en trots! De liefde voor de sport vlamde bij mij onmiddellijk weer op. Inmiddels ben ik voorzitter van de sportvereniging, heb ik mijn eigen skeelers een flinke upgrade gegeven (lekker nieuwe schoenen die minder pijnlijk zijn) en sta ik weer op het asfalt (wel heel af en toe).

Perfectie loslaten op het asfalt

Als ik nu op de skeelers sta, ben ik niet meer het snelle meisje van vroeger. Ik ga niet hard. Maar weet je wat het mooie is? Mijn techniek zit na al die jaren nog steeds in mijn spiergeheugen. En ik kan nu intens genieten van simpelweg 'lekker rondjes rijden'.

Dit is voor mij de kern van zelfcompassie: Het hoeft niet perfect. Het hoeft niet het snelst. Het gaat erom dat je geniet van de beweging en jezelf de ruimte geeft om te zijn waar je nu bent.

In de zorg, of je nu verpleegkundige, verzorgende of verpleegkundig specialist bent, leggen we de lat vaak torenhoog. We moeten de perfecte professional zijn, de perfecte collega, en thuis de perfecte ouder of partner. We sjezen door de gangen en door het leven. Maar als we de lat zo hoog leggen, is de angst om te vallen continu aanwezig.

De waarde van je littekens

Mijn knieën, ellebogen en schouders zitten vol littekens van vroeger. Vroeger baalde ik daar misschien van want tja.. je bent een jong meisje met geschaafde knieën! Maar nu zijn ze me waardevol. Ze herinneren me eraan dat ik gevallen ben, maar ook dat de wonden zijn geheeld. Dat ik telkens viel, maar ook weer telkens opstond. Zelfs tijdens een wedstrijd was voor mij vallen geen reden om niet door te gaan. Dat is veerkracht. Mijn veerkracht.

In ons werk in de zorg lopen we ook deuken op. Een heftige dienst, een reanimatie die je aangrijpt, of de constante spagaat tussen werk en privé als moeder. Die momenten laten sporen na. Zelfcompassie is niet dat je die sporen negeert of wegpoetst, maar dat je ze accepteert als onderdeel van jouw unieke verhaal. Je bent niet mislukt als je het even zwaar hebt; je bent menselijk.

En dan een gekke, uitermate gekke uitdaging: 24KiKa

Om die veerkracht te vieren (en ja, ook een beetje omdat ik de uitdaging niet kon weerstaan!), heb ik met ons verenigingsteam toegezegd om mee te doen aan 24KiKa. Dat betekent 24 uur lang als team skeeleren om geld op te halen voor onderzoek naar kinderen met kanker.

Een intensief evenement waar we letterlijk kilometers gaan maken op karakter, compassie en teamwork. Precies de waarden die we in de zorg ook elke dag inzetten.

Jouw zelfzorg-moment vandaag

Als je deze blog leest tijdens een zeldzaam rustmoment in je dienst, of op de bank wanneer de kinderen eindelijk slapen, wil ik je een vraag meegeven: Waar mag jij de lat vandaag iets minder hoog leggen voor jezelf? Op welk vlak mag je stoppen met racen, en gewoon 'lekker jouw rondjes rijden'?

Zorg goed voor jezelf. Pas dan kun je veerkrachtig voor anderen blijven zorgen.

Steun je ons team voor 24KiKa?

Wil je bijdragen aan de strijd tegen kinderkanker en ons team een digitaal duwtje in de rug geven? Klik HIER om direct te doneren via onze actiepagina of scan de QR-code hieronder. Elke euro helpt, dankjewel!