Hoe heerlijk is het om in de ochtend te gaan sporten?
In een eerdere blog nam ik je mee in mijn sportroutine. Nu ga ik iets dieper in op hoe ik tot die routine ben gekomen.
Ik ben altijd een ochtendmens geweest. Als kind stond ik zonder problemen heel vroeg op om me klaar te maken voor school. In Colombia was dat rond vijf uur ’s ochtends, want om 6.30 uur werd ik opgehaald door een bus die mij en andere leerlingen meenam. Ontbijt mocht nooit worden overgeslagen en was, naar Nederlandse maatstaven, redelijk uitgebreid.
Ook in mijn vrije tijd vond ik het vreselijk om lang in bed te blijven liggen. Pas toen ik in Nederland aankwam, begon ik langer uit te slapen. Dat had vooral te maken met de leeftijd waarop ik kon uitgaan en het vaak laat werd. Dan was de volgende ochtend iets langer slapen dan ik gewend was ineens wel heel fijn. Bovendien vragen de donkere dagen meer energie van je lichaam, waardoor je meer behoefte hebt aan slaap. Dat verschil was voor mij meteen voelbaar.
Toch werd ik nog altijd snel wakker als ik mijn moeder in de keuken hoorde rommelen. Ik vond het gezellig om dan bij haar aan de keukentafel te gaan zitten met een kopje koffie en samen te kletsen.
Dat ik een ochtendmens was – en ben – staat vast. Ik kan er niet omheen. Tegelijkertijd vond ik het ’s avonds ook heerlijk om een filmpje te kijken, wat er regelmatig voor zorgde dat het later werd dan ik eigenlijk wilde. En toen kwamen de kinderen. Dan leer je slaap pas écht waarderen.
Toen mijn kinderen jonger waren en meer van mij afhankelijk, vond ik het ontzettend moeilijk om op tijd op te staan om te gaan sporten. Ik heb het geprobeerd. Zes uur ’s ochtends opstaan vond ik eigenlijk al vroeg genoeg en ik dacht: ik rol mijn mat uit en klaar is Kees. Maar nee… zo werkte het niet. Mijn lichaam verzette zich tegen elke vorm van beweging, ik voelde me uitgeput en – het ergste – mijn oudste werd meteen wakker. Hij kon na vijf uur ’s ochtends van ieder piepje wakker worden. Een ramp. Ik had een wakker kind, ik had niet kunnen sporten en was alleen maar extra moe, omdat ik ook nog eens niet vroeg naar bed was gegaan.
Ik ging op zoek naar sportscholen die bij mij pasten. Ik probeerde kickboksen (wat heerlijk was en ook echt bij me paste), bootcamp en crossfit. Ik maakte veel uren in de gym. Ik begon met één keer per week en binnen een paar maanden ging ik drie avonden per week, minstens twee uur per keer. De volgende ochtend stond ik weer redelijk vroeg op om me klaar te maken voor mijn werk en de kinderen naar de crèche te brengen.
Ik hield dit een jaar vol en was fysiek op mijn best. Wat ik toen niet doorhad, was de impact die deze routine had op mijn mentale en emotionele welzijn. Ik had minder tijd en geduld voor het belangrijkste in mijn leven: mijn gezin. Alles draaide om mijn gezonde levensstijl en mijn werk. Ik was moe, maar gunde mezelf geen ruimte om die vermoeidheid of het slaaptekort in te halen.
Het heeft me een paar jaar gekost om een balans te vinden en een routine te ontwikkelen die écht bij mij past. Ik ben een ochtendmens en dat moet ik omarmen. Inmiddels geniet ik van de stille ochtenden, waarin ik mijn lichaam de tijd geef om wakker te worden voordat ik een yogawork-out doe. Het blijft een uitdaging, want vaak wil mijn lichaam toch liever blijven liggen. Soms heb ik geen zin om mijn sportkleding aan te trekken en soms wil ik gewoon geen voet buiten de deur zetten.
Wat mij helpt om toch iedere dag weer op te komen dagen, zijn een paar gewoontes die ik heb ontwikkeld:
- Ik trek meteen mijn sportkleding aan zodra ik uit bed stap. Laurie Santos van The Happiness Podcast vertelt dat zij soms zelfs met haar sportkleding aan slaapt, zodat ze de volgende ochtend geen excuus heeft.
- Ik plan mijn sportmomenten in. Het zijn afspraken die ik met mezelf maak. Als ik de avond van tevoren al heb bepaald wat ik ga doen, is het voornemen er al. Ik hoef alleen nog maar op te dagen.
- Ik beoordeel regelmatig hoe haalbaar mijn afspraak is. Als ik bijvoorbeeld weet dat het weer zo neerslachtig wordt dat hardlopen waarschijnlijk niet lukt, bedenk ik van tevoren wat mijn plan B is.
Het is vaak een kwestie van discipline, maar dat alleen is niet genoeg. Je moet gemotiveerd blijven en kunnen genieten van het proces.
En geloof me: achteraf ben je jezelf altijd dankbaar. Dat beloof ik je.
