Met tranen in mijn ogen las ik het boek De jongen, de mol, de vos en het paard van Charley Mackesy. De woorden die ze met elkaar uitwisselden, de wijsheid in de soms kinderlijke vragen over je innerlijk raakte me enorm. Toen merkte ik dat ik mezelf was kwijtgeraakt. Ik hadm een moeilijke tijd achter de rug gehad, en dat was het moment waarop ik besloot om hulp te zoeken. Dat was makkelijk gezegd dan gedaan... Ik beschouw mezelf geen zorgmijder, maar een voorstaander van de huisartsenzorg ben ik helaas ook niet. Maar ik moest het doen, voor mijn gezin en voor mezelf. In mijn schilderskleding, mijn warrige haren en mijn niet al te gelukkige uitstraling, stapte ik de kamer van de huisarts. Wat ik ervan verwachtte had ik niet duidelijk voor mezelf, wat dan ook als het maar hielp. Ik vertelde haar hoe ik me voelde en wat laatste jaren we als gezin hadden doorgemaakt. "Maar dat is toch niet gek! Je hebt drie kinderen en in de tropenjaren ben je drie keer verhuisd én een hele verbouwing achter de rug", zei ze... Oké, het is dus normaal wat ik voelde, maar dat was toch niet een heel vrolijk gevoel.
Het boek was voor ons- Marcelle, Marcella en ik- een manier om ons uit te drukken en uit te spreken. We konden met het boek een boodschap delen met duizenden andere verpleegkundigen- want we hadden gewoon meteen hoge verwachtingen van het bereik van ons boek-. Vaak weet je namelijk wel wat je nodig hebt, maar toch is het lastig om het tot praktijk te brengen. Omdat we altijd makkelijker tegen onze vrienden of collega zeggen dat ze goed voor zichzelf moeten zorgen, maar het toch moeilijk vinden om die ruimte zelf te pakken. Wij vonden hoge tijd om die verzorgende en verpleegkundige te vertellen: jij bent het ook waard. Ook die ruimte voor zelfzorg verdien je en mag je, sterker nog, moet je nemen als je goede zorg wilt blijven verlenen.
Daarom. Dit boek.
